De kunst van het aanmoedigen

Stommeling Jones op de atletiekbaan
De Olympische Spelen van 2008 zijn voorbij en Nederland heeft op atletiekgebied wel zo'n beetje naar verwachting gescoord, namelijk niet. Het zal er wel aan liggen dat ons land nu eenmaal geen topsportnatie is en dus ook geen atletiekland. Wij hebben geen echte sportcultuur en dat wreekt zich telkenmale.

Toch blijven er maar steeds nieuwe atleten proberen verandering in deze trieste situatie te brengen en zij trainen zich het leplazerus om uiteindelijk zo goed mogelijk te kunnen presteren en misschien zelfs records te lopen, te springen, te werpen en te stoten. Voor de een zal dit makkelijker zijn dan voor de ander, maar allemaal zullen ze ooit met één verschijnsel te maken krijgen: aanmoedigingen. Actief en passief.

Onvermijdelijk dwalen nu mijn gedachten af naar een vijfkilometerwedstrijd waar ik ooit bij aanwezig mocht zijn. Een loper van de inmiddels opgeheven Utrechtse Atletiekvereniging Vitesse had het buitengewoon moeilijk en duidelijk niet naar zijn zin. Om hem te helpen begonnen andere aanwezige Vitesseleden aanmoedigingen te roepen, in de trant van: "Ga door", "Kom op" en nog zo wat. Tot hun ontsteltenis werden zij geconfronteerd met een zeer aggressieve reactie van de bewuste loper wiens naam wij hier maar even niet zullen noemen. "Hou je kop!" riep hij (of woorden van gelijke strekking). Verbazing alom. Hilariteit ook wel. En een paar mensen die gewoon door bleven roepen. Wat het humeur van genoemde loper er niet beter op deed worden.

Hoe komt zoiets? Dat ga ik nu eens haarfijn uitleggen. Ik beperk mij hierbij tot de lange en middenafstandslopers, omdat ik van de explosieve nummers te weinig kaas gegeten heb. (Nu ik erover nadenk: van de lange- en middenafstand ook. Nu ja, soit erover).
Om te beginnen onderscheiden wij twee soorten wedstrijden, en wel (a) wedstrijden waarin alles naar wens gaat en (b) wedstrijden waarin alles niet naar wens gaat. ("Ja maar", hoor ik nu roepen, "hoe zit het dan met wedstrijden waarin niet alles naar wens gaat, maar waarin ook niet alles niet naar wens gaat?" Ik stel voor dat we de zaak niet nodeloos ingewikkeld maken en die buiten beschouwing laten. Dat gezeur altijd. Bah!)

Daarnaast onderscheiden wij lopers die (1) tevreden zijn, of (2) niet tevreden zijn. Het spreekt welhaast vanzelf dat de combinaties a+1 en b+2 het meest voorkomen, doch, oh wonder, ook a+2 en b+1 worden aangetroffen. Het is dus zaak voor degene die de aanmoediging wil gaan roepen om (primo) per geval van loper te bepalen met welke combinatie deze loper al dan niet worstelt en (secundo) welke uitwerking wij met onze aanmoediging binnen de loper willen bewerkstelligen (willen wij hem bijvoorbeeld stimuleren zodat hij beter gaat presteren, of willen wij hem zo kwaad maken dat hij er helemaal de brui aan geeft, dan wel willen wij gewoon maar wat roepen omdat het nu eenmaal zo hoort en omdat het anders zo naar stil wordt rond de atletiekbaan? Dit zijn belangrijke overwegingen.)

Het makkelijkst is het aanmoedigen van loper a+1. Alles verloopt naar wens en hij is nog tevreden ook, dus roep maar wat. Hij vindt alles best en iedereen is blij. De zon begint te schijnen, de vogeltjes fluiten, de wind gaat liggen en het ruikt naar vers gemaaid gras. Langzaam wordt het avond en het blijft nog tot diep in de nacht gezellig.

De volgende in de rij is (tot ieders stomme verbazing) niet loper a+2, maar loper b+1. Alles gaat verkeerd, maar hij is tevreden. Dat kan komen doordat hij weet waar het aan ligt, of juist doordat hij niet weet waar het aan ligt, zodat hij lekker kan gaan speculeren, over mysterieuze viri (één virus, twee viri) onder de leden en dat soort dingen. Dat staat wel interessant, dus geen reden tot klagen. Loper b+1 is ook niet snel van zijn stuk te krijgen. Ook hier geldt: hij is tevreden, dus roep maar wat. Verder als bij a+1, alleen regent en stormt het, is het gras al een poos niet meer gemaaid en wil het maar niet echt gezellig worden.

Nu gaan wij verder met (tamelijk onverwacht) b+2 (op de derde plaats in de hiërarchie van makkelijk aan te moedigen). Alles is mis en hij is er niet blij mee. Aanmoedigen moet met omzichtigheid gebeuren. Roep bijvoorbeeld nooit "Ga door!" naar iemand die daar juist zichtbaar lijdend mee bezig is. Ook valse informatie in de trant van  "Kom op, het gaat goed" moet vermeden worden aangezien de loper in kwestie donders goed weet dat het niet goed gaat en niet belazerd wenst te worden. Van dit soort dingen wordt hij erg kwaad en op die momenten houdt hij plotseling de pas in, spuugt eens stevig op de grond en gaat naar huis, omdat hij ernstig baalt. Of hij spuugt net als een llama (of schrijf je dat met drie ellen?) iemand in het gezicht, bij voorkeur diegene die de gewraakte uitspraak heeft gedaan. Dan wordt het pas echt ruzie.

Toch verdient loper b+2 onze diepgemeende sympathie. Immers, heeft hij het nog niet moeilijk genoeg? (Zoiets heet een rethorische vraag. De lezer wordt nu geacht te antwoorden: "jazeker, hij heeft het al moeilijk genoeg.") Wij hebben medelijden en willen hem ondersteunen. Onze stilzwijgende ondersteuning zal onopgemerkt aan hem voorbijgaan, dus wij moeten toch iets gaan roepen. We weten wat wij niet moeten roepen. Wat wij wel moeten roepen is feitelijke informatie. Dat klinkt vreemd, maar het is zo. De loper wordt gestimuleerd door de blijken van interesse en niet geërgerd door tastbaar bedrog of dito stompzinnigheid.

In zo'n geval is het dus zaak rondetijden door te geven, het aantal nog te lopen ronden, hoeveel mensen er nog achter hem liggen, zo ja op hoeveel meter en of ze dichterbij komen. Voor dit soort informatie moet de loper u dankbaar zijn (zeg maar dat ik het gezegd heb). Overdrijf echter niet met de feiten. Noem bijvoorbeeld niet de gerechten van de streek in alfabetische volgorde op, of het aantal meters onder of boven de zeespiegel waarop de baan zich bevindt, dan wel de hoogtes der kerktorens van de omringende dorpen. Dat is tamelijk zinloos. (De vijfkilometerzwoeger uit ons voorbeeld viel overigens in deze categorie.)

De laatste categorie, oftewel de loper die het moeilijkst is aan te moedigen is a+2. Alles gaat naar wens, maar hij is niet tevreden. Hier is niets aan te doen. Ik zou graag willen dat het anders was, maar het is niet anders. Neen. De ontevredenheid van de loper is gezien het wedstrijdverloop volkomen onterecht en vindt zijn oorzaken dan ook meestal elders. Hij heeft zich bijvoorbeeld onderweg herinnerd dat hij vergeten is zijn koffiezetapparaat uit te zetten, wat nu al de zoveelste keer is en hem vermoedelijk geld gaat kosten, daar het apparaat niet goed tegen droogkoken beveiligd is. En het geld groeit hem niet op de rug. Of hij heeft net beseft dat hij de avond tevoren met "Trivial Pursuit" had kunnen winnen als hij op het juiste moment "Bob Beamon" had gezegd. Van die dingen. Daar is niets aan te doen, en aanmoedigingen helpen niet. Laat ons deze loper in stilzwijgende verwondering gadeslaan. Hij zoekt het maar uit.

Welnu, ik hoop dat nu duidelijk is wie wij wanneer en hoe moeten aanmoedigen, qua langeafstanders. En zo niet, dan niet.



25-08-2008 18.13 | Door: Stommeling Jones

Reacties

Het reactieveld bij dit onderwerp is gesloten. Mocht u nog iets aan de discussie toe te voegen hebben, dan kunt u reageren via reacties@opinieleiders.nl of op het Opinieleidersforum.



Opinieleiders.nl © 1999 - 2017 Alle rechten voorbehouden
Contact   Valid XHTML 1.0 TransitionalValid CSS!KuijkStrip over de zinloosheid van webloggen, onder andere