Blaffende koeien bijten niet (XXXVI)

Wat voorafging: er ligt een oude vrouw in het ziekenhuis. Haar kleinzoon is middenin de nacht met een krat bier op zijn stuur op de fiets onderweg geweest en wordt wakker in een weiland, alwaar hij de ontstane situatie doorneemt met een koe.

"Dat is mijn fiets. En die ligt nu in de sloot. Ik zou jou daar graag de schuld van geven, maar vermoedelijk heeft dat niet zoveel zin. Ben je WA-verzekerd? Hoe is die fiets daar beland, zo vragen wij ons af. Het merkwaardige verschijnsel doet zich namelijk voor dat ik mij aan deze zijde van de sloot bevind, tezamen met een vol krat met lege flesjes of een met lege flesjes gevuld krat. Het is in ieder geval geen krat met volle flesjes, dat kan je meteen zien. Zou ik echt geprobeerd hebben om over de sloot te fietsen? Ach welja, waarom ook niet. Het laatste wat ik mij herinner is dat ik een stevige aandrang gevoelde om een niet gering aantal klinkers uit het trottoit te wrikken en daarmede de ruiten van een groot pand in te gooien, maar ik weet toch bij god niet meer welk pand dat was."

"Boe", zei de herkauwer opnieuw opnieuw en schudde zijn kop, waarop Jan hem losliet. "Sorry, maar het kan echt alles geweest zijn, de Sociale Dienst bijvoorbeeld, of het belastingkantoor. Misschien zelfs de ruiten van de wethouder van verkeerszaken. Wist jij trouwens waarom die volstrekt onbelangrijke straat bij het park zonodig een zogenaamde fietsstraat moest worden? Omdat die fijne wethouder daar om de hoek woont, en dan kan hij lekker ongestoord van het gemeentehuis naar huis fietsen." "Boe", zei de koe. "Zeg dat wel," zei Jan. "De groene linkmiegel. Maar ik zal de enige wel weer wezen die dat vindt. Het valt helemaal niet mee om zo'n heldere kijk op de wereld te hebben en goed op te de hoogte te zijn van dingen en zo, je weet wel. Dan weet je altijd meer dan een ander, zodat je met niemand een goed gesprek meer kunt hebben, doordat ze niet snappen waar je het over hebt. Of was dat nou dronkenschap? Die twee haal ik wel vaker door elkaar. Maar even zo vrolijk ben ik helemaal droog, op wat dauw na, en staat mijn fiets tot  aan zijn stuur in het water van een vieze sloot. Of het vieze water van een sloot, daar wil ik afwezen."

Hij kwam nu geheel overeind en begon zijn kleren te bekijken en te betasten. "Heb ik alles nog?", mompelde hij. "Heb ik mijn geld en mijn kortingskaart? Vink. Huissleutels? Vink. Broek, schoenen, jas?  Vink, vink, vink. Dan zal ik mijn onderbroek ook nog wel aan hebben."



12-02-2006 14.20 | Door: Een Schrijver

Reacties

Het reactieveld bij dit onderwerp is gesloten. Mocht u nog iets aan de discussie toe te voegen hebben, dan kunt u reageren via reacties@opinieleiders.nl of op het Opinieleidersforum.



Opinieleiders.nl © 1999 - 2021 Alle rechten voorbehouden
Contact   Valid XHTML 1.0 TransitionalValid CSS!KuijkStrip over de zinloosheid van webloggen, onder andere