Remweg 360 meter? Bij welke snelheid?

Stommeling Jones op de redactiemotor

Stommeling Jones op de redactiemotor

Om ons moverende redenen (wij wilden friet gaan eten in Rotterdam-Zuid) bevonden wij ons vanochtend, komende vanuit de richting Oberhausen (“Haben Sie etwas zu zollen?” “Nur Mundvorrat”) in de buurt van Utrecht op de A12, toen wij een geel-zwart bord voorbij zagen flitsen.

Aangezien onze beroemde redactiemotor hoge snelheden bereikt, moesten wij even reconstrueren wat er precies stond, maar wij dachten dat het was:

Nieuw wegdek
Langere remweg
360 meter

Nu vinden wij 360 meter bij een snelheid van honderd kilometer per uur al een heel behoorlijke remweg, maar uit stand vinden wij het schrikbarend. Eerlijk gezegd. Dat moet daar dan wel spiegelglad zijn, dat nieuwe wegdek. Spiegelglad? Wrijvingsloos. En waarom weten wij daar nix van?

Onze eigen De Grote Vrager volgt zo’n beetje alles van de wetenschap, maar ook hij heeft ons niets verteld over een nieuw soort asfalt dat tot op twee meter hoogte boven het wegdek een soort halfwas vacuüm creëert dat erin resulteert dat je uit stand na een zeer geringe afzet pas na 360 meter tot stilstand komt door over een kilometerpaaltje te struikelen en met je grote neus in het gras te belanden (tsja, dat is de familie Jones: grote neuzen en woestijnvoeten. Heeft iets te maken met de diaspora en een voorouder die de naam Cohen in Jones heeft laten veranderen, schijnt. Of misschien ook niet. Wat kan het schelen).

Om geen ongelukken te veroorzaken hebben wij maar niet geremd, doch integendeel wat extra gas gegeven en dan is het toch verrassend om te zien hoe klein de pakkans voor snelheidsovertreders op dat traject is, Koos Spee of geen Koos Spee. Of zou die met pensioen zijn? Wat doet het ertoe. In ieder geval waren we mooi op tijd in Rotterdam. Wij hadden enthousiaste verhalen gehoord over een paar tenten in Rotterdam-Zuid, en wij wilden die eens gaan bekijken.

Welnu, dat werd een behoorlijke afknapper. Wij wilden beginnen in de Haastrechtstraat en daar zijn we misschien ook wel geweest, maar dat is een dermate troosteloze buurt dat we er alleen maar zo snel mogelijk wegwilden, waarbij ook nog kwam dat we rare geluiden uit de motor hoorden komen, waardoor we volkomen onverwacht vol op een paaltje klapten aan het eind van de straat, omdat we naar ons achterwiel zaten te kijken. Gelukkig konden wij het voorwiel terugbuigen door er stevig op de gaan staan springen, maar leuk is anders. ‘Bram Ladage Verse Patat’ op nummer 3 heeft het dus zonder onze klandizie moeten doen, want daar hadden we geen zin meer in. (“Als ik eenmaal op weg ben, dan draai ik niet meer om”, die toer).

Toen dachten wij slim te zijn en uit ons hoofd, zonder op de kaart te kijken, het tweede adres te kunnen vinden. Dat werd een beetje bemoeilijkt doordat we nog wat duizelig waren en het adres niet meer zo goed, namelijk helemaal niet, wisten, maar nog wel onthouden hadden dat het ergens ten noord-westen van het eerste adres was. De Olympiaweg oversteken en dan een eindje naar het westen, maar niet zo ver, zoiets.

Nou, voordat we die Olympiaweg gevonden hadden, waren we ook al een mooi eind verder. We kwamen, slingerend en wel, doordat het wiel niet helemaal recht was en wij niet helemaal helder waren, terecht in een buurt met allemaal straten die “Kreek” heetten: Grote Kreek, Tonnekreek, Peitkreek, Kleine kreek enzovoort. We zijn die gribus een keer of zes doorgereden. Hadden wij trouwens al gezegd dat wij onze helm niet ophadden toen wij op dat paaltje klapten en tegen de grond sloegen? Nou, dat was zo. En dat begon ons steeds duidelijker te worden doordat alles steeds onduidelijker werd, als u begrijpt wat wij bedoelen. Godsamme, wat waren wij wazig. Wij kunnen ons nog vaag herinneren dat we vrolijk hebben staan zwaaien naar een aantal bewakingscamera’s aan de Peitkreek en dat het daar sterft van de witte poedels, keeshonden en dat soort beesten, maar dat kan ook een hallucinatie geweest zijn, evenals het oude vrouwtje dat wij bezopen in de struiken meenden te zien liggen.

Toen wij uiteindelijk de gezochte Olympiaweg bereikt hadden, wisten wij van voren niet meer of wij van achteren nog leefden, behalve dan dat wij zo af en toe een stekende pijn in de rug voelden. Als wij in Voodoo hadden geloofd hadden wij vast kunnen zweren dat er iemand een voodoopoppetje van ons met spelden zat te bewerken, maar wij geloven niet in Voodoo, dus dat kan het niet geweest zijn. Maar het deed wel zeer, met als gevolg dat we de rest van onze expeditie, die we ons sowieso niet meer konden herinneren, maar gelaten hebben voor wat het was en naar de redactie zijn gereden, waar wij ongeveer een uur geleden zijn aangekomen. Geen idee. Hoe. Jezus. Wat een koppijn. En daarom kindertjes, moet je altijd een valhelm dragen als je met je motor op een paaltje gaat klappen. Don’t try this at home. Wij gaan even liggen.

21-10-2009 3.29 | Door: Stommeling Jones | Categorie: Automobilisme, Taal, Toerisme, Wetenschap, Zweefkezerij

Reactieveld gesloten.


Opinieleiders.nl © 1999 - 2019 Alle rechten voorbehouden
Contact   Valid XHTML 1.0 TransitionalValid CSS!KuijkStrip over de zinloosheid van webloggen, onder andere
WordPress 4.7.18 RSS-feed/RSS-feed reacties