Zuiver op de graad

Zuiver op de graad of zuiver op de graat, dat is de vraag. En dat is de vraag sinds uw en onze captain hedenmiddag iemand als volgt betwitterde:

@EifelTigerchin @EifelTigerchen We hebben het hier niet over vis, dus de uitdrukking is “zuiver op de graad” http://www.opinieleiders.nl/techlog/pivot/entry.php?id=5574 #kenuwtaal

Tot zijn stomme verbazing werd uw en onze captain vervolgens betwitterd door iemand die zich onzetaal noemde en het logo gebruikte van het ‘Genootschap Onze Taal’, dus dat zal dat genootschap dan wel geweest zijn en die beweerde:

Het is wel degelijk ‘niet zuiver op de graat zijn’, geen ‘graad’ dus. Zie http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_0728.php @Opinieleiders

Nu hebben wij hier met zijn allen al jaren een schijthekel aan het Genootschap Onze Taal (wat een beetje onderbelicht is gebleven doordat het enige genootschap dat op deze webzijde ooit met name genoemd is, het ‘genootschap ter bevordering en verspreiding van nutteloze kennis’ (ook wel genoemd het ‘genootschap ter bevordering en verbreiding van nutteloze kennis’)‘ is, dus als die iets beweren, nemen wij dat niet voetstoots aan of over, noch slikken wij het voor zoete koek. De skakel die men gaf, lieten wij onbeklikt, daar wij niet dachten er iets van belang onder te vinden.

Het eerste wat wij doen als wij een oude uitdrukking willen opzoeken, is ons onvolprezen redactienaslagwerk (T. H. de Beer & E. Laurillard, Woordenschat, 1899, ‘s-Gravenhage, Haagsche Boekhandel- en Uitgevers-Maatschappij; Herdruk, 1993, Hoevelaken, Verba, ISBN 90-72540-79-4) raadplegen, zo ook nu. En raai eens wat? Hij stond er niet in. Wij konden hem in ieder geval niet vinden. Dat vinden wij altijd een veeg teken en het is in ieder geval een aanwijzing dat de uitdrukking vóór 1899 misschien wel bestond, maar niet populair genoeg was om in het boek te worden opgenomen.

Vervolgens hebben wij het aan onze doctorandus gevraagd en die zei dat het ‘zuiver op de graad’ moest zijn. Aangezien hij het eens was met uw en onze captain, uw en onze captain altijd gelijk heeft en de uitdrukking derhalve ook met een d op het eind in Captain Iglo’s Stijlboek is opgenomen, had daarmede de kous af kunnen zijn. Maar zo zijn wij niet getrouwd: wij willen dan toch echt weten waarop de verschillende twistenden hun zienswijzen baseren. Kortom: bewijzen willen we zien.

Zoekende op internet kwamen wij terecht bij de etymologiebank, meer bepaald bij het trefwoord graad, alwaar wij onder de tussenkop ‘722. Niet zuiver (of rood) op de graat’ een lulverhaal aantroffen met betrekking tot vissen, graten en socialisten waar de honden geen brood van lustten (van het lulverhaal. Van de vissen, de graten en de socialisten misschien wel) en waar wij dus niets aan hadden.

Vervolgens hebben wij gebeld met de bekende Neerlandicus, voormalig leraar Nederlands en dialect- en taalkundige G.W. Kuijk die zeker meende te weten dat de uitdrukking geschreven zou moeten worden als ‘zuiver op de graat’, omdat het iets met vis te maken had en hij zijn ouders de uitdrukking had horen gebruiken. Nu, dat de uitdrukking bestond en dat er mensen waren die dachten dat het iets met vis te maken had, wisten we al en het gebruik door de ouders van de heer Kuijk dateerde de uitdrukking nog steeds niet vóór 1899, daar de heer Kuijk hem pas enige jaren na 1899 had kunnen horen, aangezien hij niet voor 1899 ter wereld gekomen is. Neen.

Zou het dan een uit het Latijns vertaalde uitdrukking kunnen zijn? Hiervoor hebben wij de webmaster van Geboefte.nl geraadpleegd, op grond van zijn kennis van het Latijns (of Latijn, zoals hij het ook wel noemt), maar die was niet bijster geïnteresseerd, dacht van niet en stond net te koken, dus dat hield ook snel op. Vanwege het koken en de vis hebben we zelfs onze stagiaire tot deskundige benoemd en haar als zodanig de vraag voorgelegd of zij de uitdrukking ‘zuiver op de graat’ ooit was tegengekomen in verband met het maken van onderscheid tussen verse en onverse vis. Niet dus.

Nog maar eens aan onze doctorandus gevraagd (geen kwaad woord over uw en onze captain, maar als je zijn kennis direct aan de bron kunt toetsen, moet je dat zeker niet laten, zodoende) en die meende dat het ‘graad’ moest zijn omdat de uitdrukking iets met gradaties te maken zou kunnen hebben. Of met alcohol. Zo was een zuivere borrel vroeger een borrel die niet versneden of aangelengd was met water. Edelmetalen, zou volgens hem ook kunnen, want karaat en graad leek ook op elkaar, vond hij en met edelmetalen werd vroeger ook geknoeid en er bestond wel degelijk iets als zuiver goud. Kortom: hij had het gevoel dat het niets met vis te maken had, maar geen bewijs. En de dialectdeskundige Kuijk had tenminste nog een gedrukte vindplaats: ‘Nederlandsche spreekwoorden en gezegden verklaard door Dr F.A. Stoett’, uitgegeven bij W.J.Thieme en Cie, 4e druk, 1918 (een verkorte uitgave van een boek waarvan de eerste druk vermoedelijk van 1 juni 1902 was, maar we moesten hem wel ten goede houden).

Welnu, dan maar eens wat historisch spitwerk verricht: zoeken naar ‘zuiver’, ‘graat’ en ‘graad’ bij het ‘Woordenboek der Nederlandsche Taal‘ (wij waren er onlangs aan de balie bij De Slegte overigens getuige van hoe de dienstdoende blaag achter de balie iemand afpoeierde die probeerde hem een exemplaar van het ‘Woordenboek der Nederlandsche Taal’ te verkopen. De blaag dacht dat het om zo’n flutding van Van Dale ging. Zielig hè?).

Dit vonden wij voor ‘zuiver’:

Woordenb. Mod. Ned. Trefwoord Origineel trefwoord Woordsoort Betekenis
VMNW zuiver SUVER (I) bnw. zuiver; helder; puur; schoon; rein van lichaam; zonder schuld; onbevlekt; kuis; vrij
VMNW zuiver SUVER (II) bw. zonder zonden; op maagdelijke wijze; volledig
MNW zuiver SUVER bnw Zuiver, niet door slechte bestanddeelen bedorven; van vloeistoffen e. a., helder, zuiver; ook echt, onvervalscht. Voc. Cop. suver, purus; zuver, limpidus. Plant suyver, merus, limpidus; suyveren wijn, du vin pur et cler, merum vinum vel clarum.
MNW zuiver SUVERE bijw Zuiver, van geldsommen bij afrekeningen, netto.
WNT zuiver ZUIVER (I) bnw., bw. Vrij van, ontdaan van.
WNT zuiver ZUIVER (II) znw.(o.) (W.g.) Netto opbrengst.
WFT zuiver suver bnw. bw. Zuiver (niet in bet. 11).

Niet één betekenis die iets met al dan niet rottende vis of dito socialisten te maken heeft, ziet u dat? Omdat we hem al aan voelden komen, en omdat we het leukste tot het laatst wilden bewaren, gingen we vervolgens zoeken op ‘graat’. Dit vonden wij:

Woordenb. Mod. Ned. Trefwoord Origineel trefwoord Woordsoort Betekenis
ONW GRAAT grat znw. Hoogte, heuvelrug ?In het Oudnederlands alleen als toponymisch element overgeleverd.
MNW graat GRAET (II) znw(m.) Vischgraat.
WNT graat GRAAT (I) znw.(m.,v.) Scherp of kantig gebeente, inzonderheid van visschen; doch verg. Ruggegraat.
WNT graat GRAAT (II) znw. Toch komt die verwarring zelfs bij kundige schrijvers voor.
WFT graat graat znw. m./v. Graat.

“Hier is nog niets van te zeggen”, denkt u wellicht, maar dan houdt u geen rekening met de oude spelling, of het gebrek daaraan, waardoor woorden die ook vroeger al een meervoud op ‘-den’ hadden toch in het enkelvoud konden eindigen op ‘-t’. Graat, bijvoorbeeld. Wij waren dan ook niet verbaasd toen ons zoeken naar ‘graad’ het volgende resultaat had:

Woordenb. Mod. Ned. Trefwoord Origineel trefwoord Woordsoort Betekenis
VMNW graad GRAET znw.m. trap; graad; maat
MNW graad GRAET (I) znw(m.) Trede, schrede, trap, m.; trede van eene trap, sport van eene ladder.
WNT graad GRAAD znw.(m.) Eigenlijk. Trede van eene trap; bij uitbreiding ook: de geheele trap. Verg. TRAP. In ‘t Mnl. zeer gewoon.
WFT graad graad (I) znw. m./v. Graad (in bet. 1 t/m 11).

Geinig, niet? Nu blijkt dat ‘graad’ ouder is dan ‘graat’ (Vroegmiddelnederlands – Middelnederlands: 1-0) en trap, trede of mate betekent. Als wij hier even een beetje amateuretymologie op loslaten, zoals wij dat reeds in de tweede van het gymnasium deden nadat wij hadden vernomen dat het Griekse ‘ergo’ en het Nederlanse ‘werk’ iets met elkaar te maken hadden, kunnen wij aannemelijk maken dat de betekenis van ‘graat’ in vis en ‘graat’ in ‘ruggegraat’ ontstaan is door de gelijkenis van beide vormen van graat met een ladder, wat dan weer een soort van trap is. Zo ziet u maar: als je een beetje uit je nek kunt kletsen, is etymologie zo moeilijk nie (en etymologiet zo moeilijk niet) en heb je soms nog gewoon gelijk ook. Wie was het ook weer, die zei: “Zelfs de slechtste timmerman slaat weleens de spijker op de kop“? Inderdaad, onze doctorandus. En Stommeling Jones heeft het hem dus nagezegd.

Terwijl wij hier zo mee bezig waren, belde de heer Kuijk: hij had er zijn Middelnederlandsch Woordenboek eens bijgepakt en was tot de conclusie gekomen dat Stoett het niet bij het rechte eind had gehad. Vervolgens kwamen wij samen met hem tot een groot aantal mogelijke betekenissen van ‘zuiver op de graad’ die heel wat logischer waren dan een betekenis die iets met vis of socialisten te maken had. Als u dan ook nog weet dat ‘zuiver’ verwant is met het Latijnse ‘sobrius’, hetgeen ‘nuchter’ betekent, begrijpt u dat iemand die niet ‘zuiver op de graad’ is, dronken op de trap, of misschien zelfs een ladder, staat, hetgeen af te raden is en op zijn minst een wankele, dus onbetrouwbare, indruk maakt. Als je een beetje je best doet, kun je aan de hand van de oudste betekenis van ‘zuiver’ en de betekenis van ‘graad’ zelfs beweren dat iemand die niet ‘zuiver op de graad’ is, een bastaard is, omdat een van de ouders (vermoedelijk de moeder) is vreemdgegaan. Hiermee is nog steeds niet duidelijk waar de uitdrukking vandaan gekomen is, maar is het in ieder geval wel zeer aannemelijk dat hij niets met vis of socialisten te maken heeft en dat hij gespeld moet worden met een d op het eind, omdat het niet over vis gaat. Uw en onze captain had het dus wel degelijk bij het rechte eind.

Toen wij zo ver gekomen waren, dachten wij: “Laat ons nu toch eens naar die skakel van het Genootschap Onze Taal kijken.” Dat hebben we gedaan en wat troffen we aan? Hetzelfde gelul als bij de etymologiebank, inclusief het rood, de vis en de socialisten, maar nu met bronvermelding, als volgt:

722. Niet zuiver (of rood) op de graat,

d.w.z. van personen gezegd niet zuiver, niet in alle opzichten eerlijk of vertrouwbaar, niet zuiver van geweten; van zaken of gebeurtenissen: niet in den haak, waar een luchtje aan zit, eigenlijk gezegd van een visch, die begint te bederven, die niet volmaakt ‘frisch’ meer is; Ndl. Wdb. V, 525. In het Friesch zegt men: hy is net skien op ‘e hûd, efter ‘t fesje, oan ‘e lever, net suver op ‘e graet; in Twente: hee is nig zuver op de bloase; hd. nicht sauber übers Nierenstück; Amst. 55: Hier moet je zuiver op de graat wezen dan kunje de heeren in de oogen zien; bl. 22: D’r benne d’r altijd bij die niet zuiver op de graat benne; Uit êén pen, 29: Zuiver op de graat is hij niet; Nkr. VIII, 3 Januari, p. 5: ‘k Waarschuw dus mijn beste maat, houd je zuiver op de graat; Dsch. 158: Dat was voorbij…. dat was geweest…. al was ‘t niet zuiver op de graat (= niet geheel in den haak); zoo ook Dsch. 214; in Het Volk, 9 Febr. 1914 p. 6 k. 1: Onzuiver op de graat. Vgl. ook hij is rood op de graat van iemand, die van Socialisme verdacht wordt, een sociaaldemocraat (naar de roode vlag); zie Nkr. VII, 1 Nov. p. 3:

Sjefke, hoor toch naar goeden raad,
Sjefke, word toch niet rood op de graat.

Kalv. II, 67: Sedert had hij een doodelijken haat aan de socialisten. Hij onderzocht of er onder zijn personeel ook ‘rooden op de graat’ waren; De Arbeid, 24 Sept. 1913, p. 4 k. 2: Onderwijzers met wie je over de sociale kwestie kan praten, die zoo half en half rood op de graat waren; Handelsblad 17 Maart 1922 (A) p. 6 k 4: In tegenstelling met verschillende andere landen, waar vooral het lager-onderwijs gevend personeel tamelijk zelfs uitgesproken rood op de graat is, moet de Duitsche onderwijswereld als beslist conservatief en reactionnair beschouwd worden; fr. un rouge; hd. ein Roter (Republikaner); eng. a red republican”

En nu, tromgeroffel, spanning stijgt, de bronvermelding van het Genootschap Onze Taal:

bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).

Vooralsnog luidt onze conclusie dat de uitdrukking vóór 1899 wel bestond, doch niet erg vaak gebruikt werd, en dat iedereen die beweert dat de uitdrukking iets met vis te maken heeft niets anders doet dan Stoett napraten. Wij denken dat Stoett de uitdrukking niet persoonlijk heeft verzonnen, maar wel de afleiding uit zijn persoonlijke dikke duim heeft gezogen en het ‘rood op de graat’ en de socialisten er met de haren bijgesleurd heeft omdat hij iets tegen socialisten had. In het ergste geval heeft Stoett de uitdrukking wél zelf verzonnen en zou hij dus net zo weinig van vis weten als van de Nederlandse taal. Als het Genootschap Onze Taal ons kan of wil vertellen, waar wij ons vergissen, indien überhaupt, horen wij dat graag.

VERVOLG d.d. 8 december: Nadat uw en onze captain de heer of mevrouw onzetaal op het bestaan van dit stukje had gewezen, twitterde de desbetreffende heer of mevrouw het volgende terug, in drie etappes:

@Opinieleiders Prima dat je het WNT erbij haalt, maar lees dan ook verder. Al in 1892 stond daarin: “Rood (of niet zuiver) op de graat.” 1/3
Met daarachter: “Eigenlijk van visch die begint te bederven, die niet volmaakt ”frisch” meer is. Vandaar, figuurlijk ..” 2/3
“van personen: niet zuiver, niet in alle opzichten eerlijk of vertrouwbaar, enz.” Zie http://is.gd/ZMN1I7. Tot zover. 3/3

Uw en onze captain, die de heer of mevrouw onzetaal overigens geen toestemming had gegeven om hem te tutoyeren, twitterde terug, in vieren:

1 @onzetaal Fijns. Dat zegt dus dat Stoett de uitdrukking kennelijk niet zelf verzonnen heeft.
2 Goed: dus kennelijk is Stoett niet de eerste geweest die de uitdrukking ten onrechte met vis in verband gebracht heeft.
3 En waar blijft een vindplaats van de uitdrukking in het wild, waaruit blijkt dat hij iets met vis te maken heeft?
4 Woordenboekenmakers kunnen zich vergissen en hebben vaak een levendige fantasie. Zie ‘Zuiver op de graad’ op http://www.opinieleiders.nl/wordpress/?p=29877

Stel nu dat de uitdrukking in 1892 daadwerkelijk op deze wijze beschreven is, wat verandert dat dan aan onze perceptie? Niet zo gek veel: dat de uitdrukking reeds vóór 1899 bestond, hielden wij al voor mogelijk, dus daar doet zich geen probleem voor. Dat Stoett ook de afleiding niet “uit zijn persoonlijke dikke duim heeft gezogen” is mooi voor Stoett. Onze gewijzigde conclusie luidt derhalve dat de uitdrukking kennelijk reeds in 1892 bestond, doch niet erg vaak gebruikt werd, en dat iedereen die beweert dat de uitdrukking iets met vis te maken heeft niets anders doet dan via Stoett een vooralsnog anonieme schrijver aan het Woordenboek der Nederlandsche Taal napraten.

Er is dus werk aan de winkel voor het Genootschap Onze Taal: het Genootschap Onze Taal dient te bewijzen dat genoemde anonieme schrijver de uitdrukking en de afleiding niet “uit zijn persoonlijke dikke duim heeft gezogen”. Dat kan het Genootschap Onze Taal alleen als het Genootschap Onze Taal om te beginnen een vindplaats in het wild van vóór 1892 weet aan te wijzen. Vervolgens moet het Genootschap Onze Taal ook nog een betrouwbaar citaat weten te vinden waarin de uitdrukking letterlijk gebruikt wordt in verband met vis. Jawel. En als dat gelukt is, moet het Genootschap Onze Taal ook nog aannemelijk weten te maken dat men niet een oudere uitdrukking die niets met vis te maken had naar de vis toegeschreven heeft, als u begrijpt wat wij bedoelen.

Waarom moet dat allemaal? Omdat taal niet gemaakt wordt door makers van woordenboeken, hoe dik ook (zowel de makers als de woordenboeken) of al dan niet zelfbenoemde taalkundigen en taalwetenschappers, maar door taalgebruikers, taalmisbruikers en taalverkrachters. En vooral omdat onze suggesties voor de mogelijke herkomst van de uitdrukking veel logischer, leuker en derhalve beter zijn dan die van de heer of mevrouw onzetaal, Stoett en de woordenboekschrijver.

A propos woordenboek: in het woordenboek van Van Dale uit 1872 staat bij ‘graat’ niets over zuiver op de graat zijn, en bij ‘graad’ niets over zuiver op de graad zijn. Bij ‘zuiver’ trouwens ook niet. Wel valt daar te constateren dat iemand die ‘niet zuiver’ was, onbetrouwbaar kon zijn. Daar was dus ook al weer geen rotte vis voor nodig.

Tweede vervolg, d.d. 15 februari 2013:
Inmiddels hebben we de uitdrukking ‘zuiver op de graat‘ vóór 1892 op drie plaatsen in het wild aangetroffen, waar wij erg blij mee zijn. Uit Taal en Letteren. Jaargang 1 komt:

Vanwaar de uitdrukking: niet zuiver op de graat zijn; niet gezond aan de lever; en dergelijke uitdrukkingen?

De bron is volgens dbnl: “Taal en Letteren. Jaargang 1. W.E.J. Tjeenk Willink, Zwolle 1891”. In ieder geval één persoon wist toen niet waar die uitdrukking vandaan kwam, maar vroeg het zich wel af. Een verwijzing naar vis is er niet en wij weten ook niet of Taal en Letteren de vraag ooit ergens beantwoord heeft.

Verder terug in de tijd vinden we:

‘Ja, natuurlijk! jou kan ‘t niet schelen, wat je in huis hebt: “zij draait er voor op!” denk jij. Zie je, tegen dien man van de politie wou ik geen kwaad van hem zeggen, omdat Hagenbach de eenige is, die me nog ereis den penning gunt, maar zuiver op de graat is hij niet. Weet [p. 19] je: dat niemand met hem omgaat en dat hij blommetjes kweekt op zijn kamer, dat heeft me nooit bevallen, dat doet geen manskerel, – daar moet je een stiekemerd voor wezen.

Volgens dbnl komt dit uit Justus van Maurik, Uit één pen‘, uit 1886 (de geciteerde druk is “Justus van Maurik, Uit één pen. Novellen en schetsen. Van Holkema & Warendorf, Amsterdam z.j. [1908]”). Iemand die “blommetjes kweekt op zijn kamer” is “geen manskerel” en niet “zuiver op de graat”. Je zou haast gaan denken dat ‘niet zuiver op de graat zijn’ iets zou kunnen zeggen over iemands sexuele geaardheid. Het ligt dan niet voor de hand om aan vis te denken, dacht u wel?

Voorlopig het oudst is:

Gaat het den lezer als mij, dan wordt hij hier een beetje raar en vraagt zich aan zijn liberaal geweten af of hij wel zuiver op de graat is. Maar in lijnrechten strijd komt mij die politieke inschikkelijkheid voor met de iets vroeger uitgesproken meening: ‘het bestuur moet, ook indien het door het volk wordt gekozen, tegen de voorbijgaande meerderheid kracht ontleenen aan de groote meerderheid, welke in opvolgende tijdstippen zich doet gelden.’ Ook wordt den koning de bevoegdheid toegekend, ‘telkenmale de uitspraak der kiezers te verwerpen, als naar de uitspraak van zijn constitutioneel geweten niet strookende met den waarachtigen volkswil.’

(Bron: ‘De Nieuwe Gids. Jaargang 1‘, 1885)

Al met al zijn we hier dus geen steek mee opgeschoten, alleen kunnen we er dus nu met een iets grotere zekerheid van uitgaan dat de naar vis verwijzende afleiding in 1891 of 1892 aan iemands dikke duim is ontsproten.

7-12-2011 23.41 | Door: De Grote Vrager | Categorie: Boeken, Taal, Wetenschap

Er zijn 2 reacties op “Zuiver op de graad”

  1. […] ‘Zuiver op de graad‘, schreven wij gisteren. Hieronder het vervolg, zoals we dat er aan vastgeplakt hebben: […]

  2. […] hebben we de uitdrukking ‘zuiver op de graat‘ vóór 1892 op drie plaatsen in het wild aangetroffen, waar wij erg blij mee zijn. Uit Taal […]


Opinieleiders.nl © 1999 - 2021 Alle rechten voorbehouden
Contact   Valid XHTML 1.0 TransitionalValid CSS!KuijkStrip over de zinloosheid van webloggen, onder andere
WordPress 4.7.19 RSS-feed/RSS-feed reacties