Promoveren op een misvatting?

Op tekstblad.nl lazen wij ‘Nederlandse grammatica moet je leren verstaan‘. De text luidt:

Promotie drs. Loes Oldenkamp.
Een kind leert zijn moedertaal ogenschijnlijk zonder veel inspanning. Dat kan zeker niet gezegd worden van volwassenen die een andere taal leren. Loes Oldenkamp beschrijft in haar proefschrift hoe moedertaalsprekers van het Turks, Marokkaans-Arabisch en Mandarijn-Chinees omgaan met de grammatica van Nederlandse werkwoorden, zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden.

Welnu, wij zijn het hier niet mee eens. Dat mevrouw Loes Oldenkamp een proefschrift geschreven heeft, is haar goed recht, maar bovenstaand textje deugt niet. Neen. Wij gaan hier de principiële discussie over de vraag of ‘Taalwetenschap’ wel een wetenschap is (antwoord: neen, dat is het niet) even niet voeren, doch concentreren ons op het geciteerde stukje.

Wij vroegen ons af wat de bron van het textje was en die was, doordat men er een skakel bij had aangebracht, snel gevonden: de webzijde van de Radboud Universiteit en dan met name ‘Nederlandse grammatica moet je leren verstaan (Promotie)‘. De titel van de promotie blijkt te zijn ‘The trouble with inflection for adult learners of Dutch. A study on the L1 – L2 interplay of morphosyntactic and phonetic-phonological factors’. Je moet er maar geïnteresseerd in zijn, maar goed, ons gaat het vooral om het zinnetje waar wij zodanig over vielen dat wij dachten dat mevrouw Oldenkamp misschien wel ging promoveren op een misvatting en dat ons ertoe aanzette te verklaren dat wij het niet met tekstblad.nl eens waren: “Een kind leert zijn moedertaal ogenschijnlijk zonder veel inspanning.”

Volgens onze gegevens heeft mevrouw Oldenkamp zelf kinderen, dus als ze een beetje heeft opgelet, heeft ze al gemerkt dat een kind zijn moerstaal tamelijk, om niet te zeggen ontzettend, langzaam leert en dat het dagelijks geholpen moet worden, dus wij denken niet dat het gewraakte zinnetje van haar afkomstig is. Ook krijgen wij uit de beknopte beschrijving op de radboudwebzijde niet de indruk dat haar proefschrift echt gaat over de beste manier om een taal te leren of over het leren van een moerstaal op latere leeftijd, dus wat dat betreft zijn wij redelijk gerustgesteld.

Wel weten wij dat er een verschil is tussen het leren van een moerstaal en een tweede taal, met als gevolg dat wij er met klem op wijzen dat het zinnetje “Dat kan zeker niet gezegd worden van volwassenen die een andere taal leren” slaat als een lul op een drumstel, kan ook een slagroomtaart zijn, of een tang op een varken, om er maar eens een goede Nederlandse uitdrukking tegenaan te gooien. Wij weten niet of volwassenen die een andere taal leren hun moerstaal goed beheersen en ook niet hoe lang ze erover gedaan hebben. Ook is het ons onbekend of volwassenen die een andere taal leren zich als kind meer hebben moeten inspannen voor het leren van hun moerstaal dan volwassenen die geen andere taal leren. De schrijver of schrijfster (het zal wel een schrijfster zijn, want dat soort aankondigingen laat men altijd aan de stagiaire over, is onze ervaring) kan dat allemaal ook niet weten en heeft vermoedelijk alleen maar niet goed nagedacht alvorens het zinnetje in te kloppen.

De text op de radboudwebzijde is iets uitgebreider dan die van tekstblad.nl en wij citeren:

Turkse leerders zeggen meestal ‘lopen’ als het om de derde persoon enkelvoud gaat. Marokkaans-Arabische en Mandarijn-Chinese leerders hebben juist een voorkeur voor ‘loop’. Merkwaardig als je aanneemt dat de docent aan allen ‘loopt’ heeft aangeboden. De vraag is dan ook waarom de drie groepen leerders deze werkwoordsvorm zo verschillend realiseren.

Neen. De vraag is waarom de drie groepen leerders kennelijk gedwongen worden hun nieuwe taal te leren vanuit de grammatica en niet vanuit de taal. Een voorbeeldje: wij kennen iemand die ooit een halfjaar in Polen woonde en daar een talencursus Pools kon volgen. Van die talencursus kan hij zich niet zo gek veel meer herinneren, maar op “rzut karny” en “czerwona kartka” reageert hij nog altijd met zijn onschuldigste blik en “ik dee nix scheids”, of woorden van gelijke strekking. Voor zover hij Pools spreekt heeft hij dat namelijk niet op die cursus geleerd en hij was altijd een nogal harde, om niet te zeggen gemene, voetballer, ook in zijn vrije tijd in Polen. Het Pools voor 532 (zijn kamernummer), weet hij meer dan vijfentwintig jaar na dato ook nog steeds, terwijl hij heel slecht is in telwoorden in het Pools.

Weliswaar is anekdotisch bewijs geen bewijs, maar wij denken zomaar dat er een enorm verschil is tussen het bestuderen van een taal of het leren van een taal, en ook denken wij dat de derde persoon enkelvoud bij het bestuderen van een taal hoort en het gebruiken van correcte zinnen bij het leren. Zo kennen wij ook iemand die op de middelbare school wat Engels geleerd had (het was een Nederlands Gymnasium, dus veel kan het niet geweest zijn) en toevallig een nummer van Billy Connolly hoorde, waarna hij fan werd. Fans van komieken citeren vaak, zoals u misschien weet, en het gevolg is dat deze persoon in Engelstalig gezelschap weleens onverwacht komisch uit de hoek kan komen, maar ook opvalt door een Schots accent, dat hij zeker niet aan de middelbare school heeft overgehouden.

Wij weten trouwens wel waarom die drie groepen leerders verschillend omspringen met werkwoordsvormen: dat komt doordat zij voortdurend bezig zijn met vertalen en bij het vertalen heb je nu eenmaal vrij snel last van interferentie tussen de brontaal en de doeltaal.

Op basis van corpusonderzoek en twee taalverwerkingsexperimenten toont Loes Oldenkamp aan dat niet alleen de grammatica, maar ook het klanksysteem van de moedertaal een belangrijke rol speelt bij het leren van vervoegingen (hij loopt) en verbuigingen (de oude mannen).

Jeetje. Wij dachten dat dat algemeen bekend was, maar daar kun je kennelijk nog op promoveren. Klankverschillen die in de moerstaal niet significant zijn, zijn bij het leren van een tweede taal moeilijk te horen. Dat wordt beter naarmate je meer van de tweede taal hoort. Wist u overigens dat voor sommige Nederlandse moedertalers “vos” niet rijmt op “bos” en “bod” niet op “bot”? Geen idee of dat er iets mee te maken heeft, maar we wilden het toch even zeggen. En toen ons ooit door een Russin werd gewezen op een “heus baj een witte mier” duurde het even voor we beseften dat ze een ‘huis bij een witte muur’ bedoelde. Van dat soort grappen is de sjibboleth afkomstig (dat niemand weet waar Alésia ligt, is een heel ander verhaal), waaruit wij concluderen dat het verschijnsel al wel een paar jaar bekend is.

Het is van wezenlijk belang dat taalleerders de klanken die dienen als markeerders van grammatica (‘t’ en de toonloze e) correct waarnemen en goed kunnen produceren. Dat punt zou nadrukkelijker aandacht mogen krijgen in het onderwijs.

Daar lijkt op zich niets tegen in te brengen, maar klopt het ook? Als iemand tegen u zegt: “die meisje die daar loop is een vies hoer want ze heb een korte rokkie an en wilt met iedereen neuke”, gaat u dan op zoek naar de “markeerders van grammatica” of gaat u kijken waar dat meisje of die mevrouw zich bevindt, om uw eigen oordeel te kunnen vellen?

9-01-2013 15.03 | Door: De Grote Vrager | Categorie: Sex, Strips, Taal, Voetbal, Wetenschap

Er zijn 4 reacties op “Promoveren op een misvatting?”

  1. Mr. X says:

    De grote vraag is of De Grote Vrager zich ooit heeft beziggehouden met taalwetenschap. Verdiep je in je materie voordat je er iets over schrijft.

    *NOOT VAN DE GROTE VRAGER: Respondent vergist zich. Het doet er niet toe waar De Grote Vrager zich wel of niet mee heeft beziggehouden of in heeft verdiept. Als respondent inhoudelijke kritiek op bovenstaand stukje heeft, staat niets hem in de weg die kritiek hier te spuien. Het levensverhaal van De Grote Vrager doet daarbij in het geheel niet ter zake. EINDE NOOT*

  2. Ruud Harmsen says:

    ==
    “Een kind leert zijn moedertaal ogenschijnlijk zonder veel inspanning.”

    Volgens onze gegevens heeft mevrouw Oldenkamp zelf kinderen, dus als ze een beetje heeft opgelet, heeft ze al gemerkt dat een kind zijn moerstaal tamelijk, om niet te zeggen ontzettend, langzaam leert en dat het dagelijks geholpen moet worden, dus wij denken niet dat het gewraakte zinnetje van haar afkomstig is.
    ==

    Respondent kent mogelijk het woordje “ogenschijnlijk” niet?

  3. Ruud Harmsen says:

    Zitten veel goeie punten in, in dit artikel. Ik ken dan weer iemand die eens drie maanden vier dagen in de week vierentwintig uur per etmaal in een exlusief Duitstalige omgeving vertoefde, en sindsdien hoewel ook zo’n 25 jaar later nog vlotter Duits spreekt dan Engels hoewel dat voorheen andersom was.

    Onderdompeling is de enige manier en kinderen zijn hun complete wakende leven bezig met taalleren, jarenlang, tegelijk met leren over het leven en de wereld. Zo moet het en zo kan het, ook later.

  4. […] u wel: nergens op gebaseerd. Anekdotisch bewijs is geen bewijs en als Peter ‘de vleesgeworden leugen’ Breedveld met een stelling aankomt, weet je […]


Opinieleiders.nl © 1999 - 2019 Alle rechten voorbehouden
Contact   Valid XHTML 1.0 TransitionalValid CSS!KuijkStrip over de zinloosheid van webloggen, onder andere
WordPress 4.7.18 RSS-feed/RSS-feed reacties