Femke Halsema deugt niet

Femke Halsema is een gewezen politica. Toen ze nog kamerlid was, was ze hopeloos arrogant en nu ze niet meer in de kamer zit, is het enige verschil met toen ze nog wel in de kamer zat dat ze nu niet meer in de kamer zit. Hopeloos arrogant is ze echter nog steeds en het lijkt wel alsof dat er niet alleen niet minder op wordt, maar zelfs meer. Of erger. Of allebei.

Tegenwoordig noemt ze zich zonder aanwijsbare reden journalist, maar dat mag, omdat journalist geen beschermde titel is, en net zo’n laagdrempelige ongeschoolde baan als pakweg kamerlid of onderwijzer. Als ‘journalist’ schrijft Femke ‘de vleesgeworden arrogantie’ Halsema af en toe een stukje voor ‘De correspondent’, een webzijde voor pseudoïntellectuele zelfoverschatters. Haar recentste stukje aldaar heet ‘Politici deugen niet‘ en verdient een kloosried, wat het dan ook bij dezen krijgt.

Politici deugen niet, dat weten we natuurlijk allemaal.

Inderdaad, dat weten we allemaal. En we weten ook allemaal dat Femke ‘dit ga ik natuurlijk tegenspreken’ Halsema gaat proberen de gedachte dat politici niet deugen tegen te spreken.

En deugen ze wel, dan zijn ze politiek ten dode opgeschreven of is het enkel een kwestie van tijd totdat ze corrumperen.

Politici deugen niet, dus “en deugen ze wel” slaat als een lul op een slagroomtaart, want ze deugen niet.

Toen Pieter Hilhorst besloot wethouder in Amsterdam te worden en afscheid nam van een schrijvend bestaan, schreef Theodor Holman in Het Parool een oproep onder de titel ‘Jonge vriend doe het niet’: ‘Als je politicus wordt, verlies je je kritische vermogen, je scherpte, je moed en je daadkracht.’

Wij kennen Pieter Hilhorst niet, maar wij denken zomaar dat iemand die besluit wethouder in Amsterdam te worden zijn kritische vermogen, scherpte, moed en daadkracht allang kwijt is, als hij die al ooit gehad heeft.

Holmans oordeel over politici is gefundenes Fressen.

Voor wie? En zou Femke ‘ik dacht dat ik het wist’ Halsema eigenlijk wel weten wat ‘gefundenes Fressen’ precies betekent? Wat zou ze kunnen bedoelen? Oftewel: daar heb je weer zo’n gemankeerde pseudoïntellectueel die denkt zijn lezers te overdonderen met een paar woordjes buitenlands. Dom, dom, dom.

Hetzelfde oordeel maar dan wat intellectueler verwoord, kom je dikwijls tegen bij NRC Handelsblad-columnist Bas Heijne.

Zo, is dat zo? En wat dan nog?

In een recente column waarin hij de ‘manisch handige’ en ‘gedomesticeerde’ Diederik Samsom neersabelt, vraagt hij zich retorisch af waarom ‘politici tegenwoordig zo wezenloos zijn.’

Wij zijn niet benieuwd. Politici deugen namelijk niet en in dat verband maakt het ons geen moer uit of ze wezenloos, wezensvreemd of levenloos zijn.

De belangrijkste aanwijzing voor dit historische oordeel vindt hij in de ‘dull thud’ die hij ontleent aan de komiek Russell Brand en voelt in zijn buik als Samsom spreekt.

Gottegottegot. Weer die Russell Brand. Russell Brand is een idioot, die Jeremy Paxman helemaal inpakte in een interview op televisie, maar Jeremy Paxman is ook een idioot, dus wat maakt het uit? Helemaal niets. Maar op de een of andere manier is dat interview veel wijder verbreid geraakt dan nodig was en nu loopt Jan en alleman te verkondigen dat Russell Brand het zo goed gezegd heeft. Als Samsom spreekt voelen wij helemaal nix in onze buik, maar wel in onze zapduim. Sterker nog, dat voelen we al als we Samsom of om het even welke andere politicus maar zien, want politici deugen niet, dus wij kijken liever naar iets anders.

A dull thud’, ‘een doffe smak’, wil op zijn Telegraafs zeggen dat de onderbuik zich roert, alleen chiquer verwoord.

Dat wil het helemaal niet zeggen, noch “op zijn Telegraafs”, noch anderzins. Haar Engels is kennelijk ook niet wat het nooit geweest is. Dat maakt ons nog een stukje onbenieuwder naar die interviews die ze onlangs samen met de onbetrouwbare Hassnae Bouazza in het buitenland is wezen opnemen voor de staatsomroep dan wij toch al waren.

Uit eigen ervaring weet ik dat een politicus weinig zo vreest als de nauwelijks beargumenteerde, emotionele afkeer.

Dat zal best. Het enige wat de politicus meer zou moeten vrezen dan de nauwelijks beargumenteerde, emotionele afkeer is de goed beargumenteerde zakelijke afkeer, of nog erger: de goed beargumenteerde virulente haat. Politici deugen namelijk niet en als je mensen uitlegt waarom politici niet deugen, worden mensen heel erg kwaad op politici. Politici zien dat niet, maar dat komt doordat politici een enorme plaat voor hun harses hebben.

Zeker als ze zich verspreiden zijn kwalificaties als ‘onbetrouwbaar’, ‘te handig’, ‘glad’, ‘zuur’, ‘niet integer’ de spreekwoordelijke bierkaai waartegen niet te vechten is.

Onbetrouwbaar, glad, zuur en niet integer zijn kwalificaties die wij wel op politici zouden durven loslaten, maar ‘te handig’ niet. Zelfs gewoon ‘handig’ niet. Politici zijn namelijk niet handig. En ze zijn niet slim ook, want als ze slim waren, waren ze nooit de politiek in gegaan.

Ontkennen helpt niet, overtuigen van het tegendeel is zinloos.

Ontkennen helpt inderdaad niet en overtuigen van het tegendeel is niet alleen zinloos, maar vooral kansloos. Politici deugen namelijk niet, ongeacht wat ze er zelf over zeggen.

De politicus waarvan wordt gezegd dat hij niet deugt verkeert altijd, terecht of onterecht, in de positie van Richard Nixon: ‘I’m not a crook’.

Femke ‘wij zijn allen Nixon’ Halsema gaat er hier even aan voorbij dat Richard M. Nixon binnen de groep van de politici een klasse apart was. De rotste appel in een mand rotte appelen als het ware. Richard M. Nixon deugde namelijk niet alleen niet, hij had zich ook nog eens niet aan de wet gehouden en dat laatste leidde tot zijn val. Wij kennen talloze mensen die wel deugen en zich niet aan de wet houden, maar dat komt doordat de meeste wetten niet deugen. Ook deugende mensen die zich niet aan de wet houden kunnen zodoende in de problemen komen. Russell Brand deugt dan weer niet, maar dat komt omdat hij samen met de evenmin deugende Jonathan Ross onze jeugdheld Andrew Sacks heeft lastiggevallen, dus dat komt nooit meer goed, of Russell ‘de ongelofelijke klootzak’ Brand nou in de politiek gaat of niet.

Ontken het en je bent het.

Neen, zo werkt dat niet. Ben het en je bent het, zo werkt dat.

Geen misverstand.

Waar niet? Wat niet? Hoezo niet? Dat is toch geen zin, zo?

Kritiek op beslissingen en verzet of protest tegen politieke keuzes zijn de alfa en omega van vrij democratisch verkeer.

Zelfs als dat waar is, wil het nog steeds niet zeggen dat politici deugen. Politici deugen namelijk niet.

Vanzelfsprekend kan er wantrouwen zijn over de motieven, intenties en emoties van politici.

Ja. Maar: zelfs als de motieven, intenties en emoties van politici zouden deugen, doet dat niets af aan het feit dat politici niet deugen. Zelfs als Russell Brand en Jonathan Ross de beste bedoelingen hadden, laat dat onverlet dat ze niet deugen. Zoiets doe je namelijk niet. En politici doen alleen maar dingen die je niet doet, als u begrijpt wat wij bedoelen. En dit alles dan nog afgezien van het feit dat Nederland geen democratie is, maar dit stuk wordt zo ook alweer lang genoeg, dus daarover een andere keer.

Er zijn de slechte (maar uitzonderlijke) voorbeelden van corruptie en fraude, er zijn politici die aantoonbaar liegen of – in de mildste variant – diegenen bij wie opportunisme geen enkel doel meer dient behalve het eigen gewin.

Femke ‘ik deug’ Halsema heeft het niet begrepen. De gedachte is namelijk dat politici qualitate qua niet deugen.

En natuurlijk moet dat worden bespot, gehekeld en bekritiseerd.

Dit stukje van Femke ‘zo was het helemaal niet bedoeld’ Halsema is een heel aardig voorbeeld van waarom politici niet deugen. Lees die zin nog maar eens. Heeft u hem gelezen? Welnu: politici en ex-politici maken niet uit wat er moet worden bespot, gehekeld en bekritiseerd, dat doen mensen die iets menen te moeten bespotten, hekelen en bekritiseren. Maar politici hebben de akelige gemeenschappelijke gewoonte om te willen denken voor een ander, om zichzelf verheven te achten boven de idioten die op hen gestemd hebben (wat je moet wel idioot zijn om op een politicus te stemmen) en om zichzelf tot superieur wezen te verklaren. Voor hun aanmatigende houding en dito gedrag willen ze dan ook nog zwaar overbetaald worden en dat zet kwaad bloed. Politici weten wat goed voor u is, is de gedachte. En daarom deugen politici niet. Arrogante klootzakken zijn het. Bemoeials.

Misschien verbeeld ik het me, maar mijn indruk is dat politiek commentaar, ook in de kwaliteitskranten, gemakkelijker de vorm aanneemt van een karakterschets, van een emotionele afkeer van het karakter van de politicus, en soms van een karaktermoord.

Kwaliteitskranten? Is dat geen contradictie?

Wat heeft Diederik Samsom nu precies fout gedaan, behalve zich professioneel en beheerst te gedragen en een stijl van spreken te hebben die Bas Heijne en zijn onderbuik niet aanstaan?

Wij zouden nu enorm tekeer kunnen gaan over Diederik Samsom, maar wij gaan onze tijd niet verspillen aan een retorische vraag.

Niet zoveel, lijkt mij.

Dat lijkt je dan verkeerd. Maar als politica ziet mevrouw Halsema natuurlijk niet alleen niet de splinter in andermans oog, maar ook niet de balk in haar eigen. En met zo’n plaat voor je harses zie je wel meer dingen niet, lijkt ons. Weet u wat politici zou sieren? Bescheidenheid. Maar politici kennen geen bescheidenheid en daarom deugen politici niet.

Enige tijd geleden schreef  Pieter van Os, NRC-journalist, een boek over zijn Haagse jaren, getiteld Wij begrijpen elkaar uitstekend.

Een pseudoïntellectuele zelfoverschatter schrijft een boek over zijn jaren tussen de andere hele, halve en gemankeerde pseudoïntellectuele zelfoverschatters. Dat moet wel een heel boeiend boek zijn. De titel is trouwens wel grappig, want zij begrijpen elkaar uitstekend en niemand begrijpt hen. Waawawawawawaa, om met F. Jacobse te spreken.

Hij lanceert daarin de term ‘salonpopulisme’, waarmee hij doelt op de afkeer van politici zoals die regelmatig klinkt aan de borreltafel, alleen verpakt in serieuze analyses en geuit door commentatoren van maatschappelijke en intellectuele statuur.

Zo, doet hij dat. En wat dan nog?

Hij geeft daarvan talloze voorbeelden.

En?

De kritiek die hij daarmee zelf ontlokte was ook niet mis.

Nee? Echt?

Zo vond Marc Chavannes, politiek commentator bij dezelfde krant, dat Van Os hem de mond snoerde in het vrijelijk bekritiseren van de politiek.

Nou en? Een politiek commentator is iemand die niet heeft kunnen of willen kiezen tussen twee sneue beroepen, namelijk journalist en politicus. Wie heeft er een boodschap aan wat zo iemand vindt?

De toorn van andere politieke commentatoren was niet minder genadig.

Wat is ‘genadige toorn’? Ze zal wel bedoelen dat de vriendjes en collega’s van Marc Chavannes ook boos waren op Pieter van Os. Maar of daaruit nou blijkt dat politici deugen?

Toch, als Van Os gelijk heeft, als ‘salonpopulisme’ geleidelijk bon ton wordt, als afkeer vanaf de borreltafel en uit de onderbuik, gemakkelijker haar weg vindt in de serieuze commentaren, wat betekent dit dan voor de politici in kwestie?

Dat interesseert ons nou werkelijk geen ene moer, want politici deugen niet. Wij weten dan ook een veel belangrijker vraag: wat betekent het voor een land waarin de wetten worden goedgekeurd door politici dat politici niet deugen?

Het is een catch 22.

Wij durven te wedden dat Femke ‘het is ook wel een erg dik boek’ Halsema het boek catch 22 niet gelezen heeft, of heel lang geleden en niet weet wat catch 22 eigenlijk betekent. Aangezien ze schrijft voor een publiek dat misschien nog net uit het hoofd weet wie Catch 22 geschreven heeft of wat de film Catch 22 te maken heeft met ‘The Only Living Boy in New York’, maar het boek ook niet begrepen heeft, komt ze er wel mee weg.

In een televisiedemocratie, van minuut tot minuut begeleid door Twitter en Facebook, is elk gebaar en elk hoofdschudden van een politicus betekenisvol.

Pardon?

Er is de eis van ‘authenticiteit’ en jezelf zijn, terwijl een (nogal menselijke) variatie aan stemmingen en buien de politieke overtuigingskracht tenietdoet.

Wat lult ze nou? Zit ze misschien te betogen dat politici het moeilijk hebben? Geen idee. Maar politici deugen niet, hoe moeilijk ze het ook denken te hebben.

Er is de eis van politieke hartstocht, terwijl de demonstratie daarvan ogenblikkelijk als ‘gedram’ terugslaat.

Waar haalt ze die eisen eigenlijk vandaan? De enige eis die wij aan een politicus zouden willen stellen, is dat hij zijn werk goed doet, wat al lastig genoeg is, aangezien een politicus een zodanig vrijblijvend baantje heeft, dat je je kunt afvragen wat zijn werk überhaupt is.

Het betekent dat een politicus zich moet modelleren als een visionair zonder daarvan te veel kond te doen, als een strateeg zonder dat te etaleren, als een idealist die zijn idealen maar mondjesmaat uit.

Daar heb je die zelfingenomenheid weer, die arrogantie, die gedachte dat een politicus een bijzonder iemand is die verheven is boven het domme en blinde klootjesvolk. Dat deugt niet, en daarom deugen politici niet. Politici hoeven zich helemaal niet te “modelleren”, wat dat dan ook wezen mag. Politici moeten proberen de maatschappij een beetje leuk te regelen en de zaak draaiende te houden zonder de burgers te pesten. Politici hoeven ook geen “visionair” te zijn, noch “een strateeg”. En datgene wat politici het ergst maakt, zijn hun “idealen”, dus die moeten ze niet alleen niet “mondjesmaat” uiten, maar helemaal niet.

En als hij daarin slaagt, wacht hem de politieke commentator die in zijn onderbuik voelt dat hij ‘manisch handig’ is en ‘wezenloos’.

Zou Femke Halsema hier echt bedoelen dat zij denkt dat zij zich ‘gemoddelleerd’ heeft “als een visionair”, “als een strateeg” en “als een idealist”, “zonder daarvan te veel kond te doen” en “zonder dat te etaleren” terwijl zij haar “idealen maar mondjesmaat” uitte? Dat kan ze toch zelf niet geloven? En als ze het geprobeerd heeft, is het in ieder geval goed mislukt, met als gevolg dat zij niets anders was dan een arrogant ecofascistisch kreng met een grote bek, wat zij ongetwijfeld nog steeds is.

Politici zijn altijd zelf verantwoordelijk voor hoe zij overkomen, voor hun successen en hun falen.

Is dat zo? En als dat zo is, geldt dat dan niet gewoon voor iedereen? En als het niet zo is, wat dan nog?

Moed en onafhankelijkheid mogen worden verwacht, bij het achterwege blijven daarvan mag het commentaar hard zijn.

“Moed en onafhankelijkheid”? Van een politicus? Rot nou gauw een eind op. Een politicus, en zeker eentje in de landelijke politiek, die lijdt aan moed en onafhankelijkheid wordt door zijn partij niet eens op de kieslijst gezet, zelfs niet op een onverkiesbare plaats. Om op een verkiesbare plaats terecht te komen is er al zoveel geslijm en geschipper nodig dat het hoogst verbazingwekkend te noemen is dat er nog zoveel slapjanussen zijn die zo vreselijk graag politicus willen zijn en blijven dat ze de kotsneigingen die ze van zichzelf krijgen weten te onderdrukken. Of zouden al die kamerleden die zichzelf dankzij likken en slijmen opgewerkt hebben echt niet misselijk van zichzelf worden?

Maar diezelfde moed en onafhankelijkheid mogen worden verlangd van degenen die politici hard en met intellectueel, publiek gezag beoordelen.

En hop. Mevrouw de ex-politica zal de politieke commentatoren wel even vertellen wat ze mogen en moeten. Waarbij het natuurlijk wel zo is dat ook een politiek commentator niets heeft aan moed en onafhankelijkheid, want als hij moed en onafhankelijkheid tentoonspreidt, staat hij binnen de kortste keren op straat, wat wij u brommen. Moedige en onafhankelijke mensen worden misschien wel journalist, maar geen politiek commentator.

En die eigenschappen vind je niet in de onderbuik.

Laat ons dit figuurlijk opvatten c.q. wij moeten zeggen dat je die eigenschappen juist bij uitstek ‘in de onderbuik’ vindt. Daarom beschikken politici er ook niet over, want die zijn veel te druk met baantjesjagen, ritselen en zich modelleren om hun emoties en normaal menselijke eigenschappen vanuit de onderbuik naar boven te laten komen. Voor je het weet zeg je iets verkeerds en dan kun je je riante commissariaten, burgemeestersfunctie en baantjes als ‘journalist’ wel vergeten. Daarbij maakt het geen moer uit van welke politieke signatuur je bent, want al die politici zijn van hetzelfde laken een pak. Hadden we eigenlijk al gezegd dat politici niet deugen? Anders bij dezen.

Allicht verlangen commentatoren vaak naar superieure politici.

Wat een onzin. Alsof er zoiets bestaat als een ‘superieur politicus’.

Soms verdienen politici betere critici.

Opnieuw onzin. En eigenlijk is dit hele stukje van Femke ‘klein huilebalkje’ Halsema niet meer of minder dan een wat warrige manier om te zeggen: ik ben politicus geweest en ik deug ontzettend dus voel ik mij aangesproken als mensen zeggen dat politici niet deugen. Maar ja: politici deugen niet. En Femke Halsema deugt helemaal niet.

13-11-2013 12.10 | Door: Stommeling Jones | Categorie: Kamerleden, Personen, Politiek, Polls, enquêtes en rapporten, Taal, Televisie

Reactieveld gesloten.


Opinieleiders.nl © 1999 - 2021 Alle rechten voorbehouden
Contact   Valid XHTML 1.0 TransitionalValid CSS!KuijkStrip over de zinloosheid van webloggen, onder andere
WordPress 4.7.19 RSS-feed/RSS-feed reacties