Liften in een vies uniform: kom bij de Koninklijke Landmacht

Wij hadden het blad Quest wel eens in de winkel zien liggen en het altijd lekker laten liggen waar het lag, daar het bepaaldelijk onaantrekkelijk oogt. Iemand heeft echter om de een of andere reden een exemplaar van het julinummer onze redactievilla binnengebracht en zodoende dachten wij: “Komt, laat ons er eens een blik in werpen”. Figuurlijk dan natuurlijk.

Ver zijn wij daarmee niet gekomen, want het ging al mis op de eerste pagina, alwaar wij een twee pagina’s grote advertorial van de Koninklijke Landmacht aantroffen. Een advertorial is een advertentie die zijn best doet er niet uit te zien als een advertentie omdat de adverteerder weet dat niemand zijn advertenties wil lezen en omdat de adverteerder hoopt op deze manier de domme klanten waarop zijn advertenties gericht zouden zijn als de adverteerder normale advertenties zou plaatsen alsnog binnen te rijven. Als u het nog niet wist, weet u het nu.

De kop van deze advertorial luidt: ‘Stevig in je schoenen staan’. Dat lijkt ons met het legerschoeisel van tegenwoordig niet zo moeilijk. Wij hebben begrepen dat de Nederlandse soldaten vooral klagen over het feit dat er op die kutschoenen niet fatsoenlijk te lopen valt. Je staat er zodanig stevig in en op dat je geen kant op kunt als je plotseling moet uitwijken of dekking moet zoeken, is onze indruk. De Nederlandse soldaat zou graag minder stevig in zijn schoenen staan en zodra hij er toestemming voor krijgt, schaft hij zich een paar fatsoenlijke schoenen aan en dan ook nog op eigen kosten.

De lead van de landmachtadvertorial gaat als volgt:

‘Groepscommandant is de mooiste functie binnen de infanterie.’ Sergeant der eerste klasse Martijn (26) geniet zichtbaar van zijn leidinggevende rol bij de Luchtmobiele Brigade in Schaarsbergen. ‘Je krijgt kerels binnen die nog bijna niks weten en gaat met ze aan de slag. Dan is het ontzettend mooi om die groep te zien groeien naar een geoliede machine.’

U ziet: deze sergeant eerste klasse heeft het Nederlandse onderwijssysteem tamelijk hoog zitten. Wij begrijpen wat hij bedoelt en hebben dat elders op deze site als eens als volgt geformuleerd:

[…] verlaten de kinderen de school zonder veel kennis, maar zijn ze uitstekend in staat te plannen, samen te werken en zich verantwoordelijk te voelen. Kritisch denken is er dankzij een gebrek aan kennis niet bij, dus ze kunnen zo het leger in. Voor een mortier heb je aan drie van die vmbo-ers genoeg, bijvoorbeeld.

Een geoliede en oliedomme vechtmachine is het eindresultaat. Het is natuurlijk de vraag of de “Sergeant der eerste klasse Martijn (26)” echt bestaat of dat hij is bedacht door de copywriter die de advertorial moest schrijven, wat natuurlijk zo maar zou kunnen en ook wel heel erg voor de hand ligt, niet?

Het is blijkens de advertorial in Schaarsbergen raar weer voor de tijd van het jaar:

Buiten jaagt de sneeuw horizontaal langs de ramen. In de eetzaal van de Oranjekazerne in Schaarsbergen, thuisbasis van 11 Luchtmobiele Brigade, heeft groepscommandant sergeant 1 Martijn daar gelukkig weinig last van. Een paar maanden eerder liep hij nog in de snikhete woestijn van Uruzgan, samen met ‘zijn groep’. Een mooie ervaring, waarin Martijn kon zien dat al die maanden van samen trainen in de praktijk ook werkte. ‘Dat is geweldig om te zien. Ik vind het ook gewoon mooi om met mensen te werken.’

Heerlijk moet dat zijn, met mensen werken in Uruzgan. Dat je er af en toe een paar overhoop moet schieten, zal er wel bij horen en ach, het is ook een manier van met mensen werken, zullen we maar zeggen. Bovendien zit groepscommandant sergeant 1 Martijn lekker de hele dag in de kantine in Schaarsbergen, terwijl de sneeuwstorm horizontaal om het huis loeit, dus het enige wat hem eigenlijk ontbreekt is een kachel die staat te loeien op vier en een vader die zegt: “nog even op en dan vooruit, naar bed”. Toen was geluk heel gewoon, als het ware. De landmachtkantine in Schaarsbergen als gezinsvervangend tehuis.

Kennelijk zag de copywriter dat ook zo, want de eerst tussenkop die wij aantreffen is: ‘Grote broer’. Daaronder:

Een hechte groep vormen gaat niet vanzelf, maar Martijn weet inmiddels hoe hij dat aan moet pakken. ‘Als groepscommandant ben je niet alleen militair commandant, maar ook papa, grote broer en maat,’ zegt hij. ‘In het begin ben je alleen commandant en geef je opdrachten op een presenteerblaadje. Later zijn ze zelfstandiger en kun je ze steeds meer vrijheid geven in hun handelen. Dit worden na verloop van tijd ook meer dan je collega’s, het worden je maten. Natuurlijk zijn er verschillen binnen zo’n groep, maar je bent op elkaar aangewezen, je moet het met en vóór elkaar doen.’

Een beetje een incestueus zootje kennelijk, zo’n groep: papa en grote broer is niet alleen maar papa en grote broer (hoe dat zit, moet u maar aan oma vragen, denken wij), maar ook nog maat, terwijl alle maten het met elkaar doen. Tel uit je winst. Dat de voyeurs in de groep ook ruimschoots aan bod komen (alle maten doen het met en vóór elkaar, nietwaar) doet daar niets aan af. Het voegt ook niets toe. Wel roept dit het beeld op van homosexuele orgieën en de vraag of ze aan oorlogvoeren nog wel toekomen. De copywriter laat deze vraag even rusten en gaat onder de tussenkop ”Drie zestig” onverstoorbaar verder:

Dat bleek al snel tijdens de uitzending in Uruzgan, toen hun konvooi op een bermbom reed. Martijn: ‘Het was op de weg terug van een patrouille. Ik zat als groepscommandant in het voorste voertuig. Op een gegeven moment zag ik kinderen langs de kant van de weg staan. Dat is meestal een goed teken. En dan toch plotseling… boem! Vanaf dat moment gaat alles heel snel. Je kijkt naar de rest van de mannen naast en achter je. Dan krijg je van iedereen duimpjes en komt de training naar boven. Het enige dat ik heb geroepen, was “Drie zestig!” en iedereen zorgde voor 360 graden beveiliging rond ons voertuig. Dat geeft je als groepscommandant een heel goed gevoel: in een stresssituatie gebeurt het zoals het moet.’

Wij geven grif toe dat het meestal een slecht teken is als je kinderen uit een vliegtuig ziet vallen, kopje onder ziet gaan en niet meer ziet bovenkomen of dood op de weg ziet liggen, maar om kinderen die langs de kant van de weg staan, op te vatten als een goed teken, gaat ons wat ver. Bovendien lijkt het ons dat militairen zich niet bezig zouden moeten houden met voortekenen, of het nu vogels zijn die de verkeerde kant op vliegen, de ingewanden van een hond die bij bestudering door een ziener in de knoop blijken te zitten of het koffiedik in de kantine in Schaarsbergen dat zich bijzonder gedraagt. In dier voege wordt de zin “En dan toch plotseling… boem!” een beetje merkwaardig. Je zou groepscommandant sergeant 1 Martijn haast een paar lelijke woorden toevoegen, in de trant van: “Je moet niet naar kinderen lopen te loeren, je moet kijken of je ergens een bom ziet liggen, sukkel!”

Wij weten trouwens niet of groepscommandant sergeant 1 Martijn heel erg tevreden moet zijn over dit gebeuren. Immers, die 360 graden beveiliging is allemaal heel leuk en aardig en het is ook fijn dat geen der maten zijn duim is kwijt geraakt, of althans niet meer dan één, maar even zo vrolijk kwam de training pas naar boven toen de plotselinge boem al geweest was. Misschien beter laat dan nooit, maar toch wel een beetje mosterd na de maaltijd, om niet te zeggen geknoei. Zo’n opzichtig falende groep hoeft natuurlijk niet meteen in zijn geheel voor het vuurpeloton, al was het maar omdat de Koninklijke Landmacht toch al sukkels tekort komt, anders plaatsen ze die advertorial niet, maar een straftraining lijkt ons toch wel het minimale.

De volgende tussenkop dan maar: ‘Naar huis’. Wat, nou al? Na één rondje om het voorste voertuig? Is dat dan zo intensief?

Martijn erkent dat het intensief werk is en daardoor ook een keerzijde kent. ‘Ik zit nu negen jaar bij deze baas en ben al negen jaar “binnenslaper”; ik slaap dus doordeweeks op de kazerne. Elke dag op en neer naar huis is voor mij gewoon te ver. Dat geldt niet voor iedereen hier hoor, sommigen wonen dicht genoeg bij de kazerne en zijn dus wel iedere avond thuis. Maar oefeningen en uitzendingen horen er wel bij. Wat het dan is, dat dit werk zo speciaal maakt? Ik krijg ontzettend veel voldoening als ik zie dat ze wat van me leren. Daarnaast is het werk dat ik hier doe absoluut niet mogelijk in de burgermaatschappij.’

Waarschijnlijk bedoelt groepscommandant sergeant 1 Martijn hier “de kazerne” in Schaarsbergen en dan kun je je afvragen waarom hij niet gewoon verhuist, of waar hij in vredesnaam woont, als hij niet gewoon op en neer kan naar huis. Weliswaar vinden wij dat alle militairen “binnenslapers” zouden moeten zijn, en ook overdag niet van het kazerneterrein af zouden moeten mogen, maar dat komt doordat we sowieso iets tegen het leger hebben, dus als we daar even van afzien, kunnen we concluderen dat groepscommandant sergeant 1 Martijn ofwel geen rijbewijs heeft, ofwel geen of een slecht huwelijk, al dan niet hetero, dan wel te stom of te armlastig is om dichter bij de kazerne te gaan wonen. Waarom die man geen onderwijzer is geworden kunnen wij ons trouwens wel voorstellen: ten eerste mag een onderwijzer in het huidige systeem niet of nauwelijks lesgeven en ten tweede mag hij niet schieten. Dat laatste is volgens ons voor groepscommandant sergeant 1 Martijn het belangrijkste. Wij zouden anders niet weten wat hij bedoelt met: “daarnaast is het werk dat ik hier doe absoluut niet mogelijk in de burgermaatschappij.'”

‘Duimpje omhoog’, lezen wij als volgend tussenkop en wij denken onmiddellijk: “Wat heeft die vent toch met duimen?” Hij blijkt echter nog even door te gaan over zijn werk:

‘Neem bijvoorbeeld een “air assault” in Uruzgan, gaat Martijn enthousiast verder, ‘toch iets waar we als luchtmobiele infanteristen voor zijn opgeleid’.

Dat zien wij de gemiddelde onderwijzer inderdaad niet in de praktijk brengen, maar wacht eens: ‘wij’ zaten toch zogenaamd in Uruzgan om opbouwend werk te doen? Moeten wij ons daarbij soms voorstellen dat Bob de Bouwer en Wendy een “air assault” uitvoeren op zo’n achterlijk dorpje in Uruzgan, waarna er plotseling tot ieders verbazing uit het niets een school verrezen is, inclusief twee van die korfbalpalen op het schoolplein om duidelijk te maken dat het hier een school van streng protestants-christelijke signatuur betreft? Of zijn we misschien gewoon al die tijd voorgelogen? Groepscommandant sergeant 1 Martijn laat zich daar niet over uit:

Je zit dan volledig bepakt in de helikopter, adrenaline schiet door je lichaam, de heli landt, allemaal duimpje omhoog en vervolgens zit je als groep midden in de vallei en ga je voorwaarts.

Dus als je uit “de heli” gestapt bent, moet je verder liften naar de plaats van bestemming? Gaat het zo slecht met het Nederlandse leger? Hopen dat die jongens terwijl ze staan te liften wel hun wapen zo’n beetje in de aanslag houden, want:

Je weet dat er Taliban in het gebied kan zitten en je ze dus ieder moment kunt tegenkomen. Op dat moment ben je als groep een echte eenheid, iedereen weet van elkaar wat er moet gebeuren.

Ja, het eerste wat er moet gebeuren is dat je een lift krijgt, daar hoef je geen sergeant 1 voor te zijn. Dus: duim omhoog en langs de weg blijven staan, dat is logisch. Wij weten niet of u wel eens met een groepje zwaar bewapende mannen geprobeerd heeft een lift te krijgen, maar wij kunnen u op een briefje geven dat dat geen succes wordt. Toen wij nog liftten, hadden twee ongewapende studenten het wat dat betreft altijd al erg moeilijk. Meisjes niet, die hoefden nooit lang te wachten. Als de luchtmobiele infanteristen echter onbewapende meisjes zouden zijn, zouden zij het bij het liften vermoedelijk op geheel andere wijze aan de stok krijgen met de Taliban, dus dat is ook geen oplossing.

Het schijnt trouwens niet zo vaak voor te komen dat iedereen van elkaar weet wat er moet gebeuren, want:

Dat is een onbeschrijflijk gevoel en uiteindelijk waar je het voor doet.

De rest van de tijd doen ze dus maar wat, die luchtmobiele infanteristen. Wij zijn intussen benieuwd naar de lucht van de luchtmobiele infanteristen. Als groepscommandant sergeant 1 Martijn een maatstaf is, moet die lucht niet te harden zijn:

Martijn denkt er ook niet over om het groene pak uit te doen.

De viezerik. Wij hopen niet dat dat soort gedrag tegenwoordig bon ton is. Groepscommandant sergeant 1 Martijn wil overigens hogerop en wij vragen ons af of zijn uniform dan toch niet een keer in de was zou moeten:

Begin juni ga ik naar de Koninklijke Militaire Academie voor de officiersopleiding. Ik heb nu twee uitzendingen gedaan en vind dat ik er nu wel klaar voor ben om officier te worden.

Begin juni? Over tien maanden pas? Dan is het voor groepscommandant sergeant 1 Martijn te hopen dat hij van sneeuw houdt, want bijna een jaar in de woedende sneeuwstormen in Schaarsbergen is genoeg om iedereen gek te maken, ook al heeft hij nog zo veel liftervaring.

Onder het verhaal heeft de Koninklijke Landmacht het volgende textje doen afdrukken:

Denk jij na het lezen van Martijn’s verhaal: ‘dat kan ik ook!’, kijk dan voor meer informatie op www.werkenbijdelandmacht.nl.

Als wij begrepen hadden wat Martijn precies kan, zouden wij vast wel denken: “dat kunnen wij ook!” Er is echter geen haar op ons hoofd die eraan denkt om naar die landmachtsite te fietsen. Wij kunnen namelijk van alles, maar wij hebben, net als de Koninklijke Landmacht, in Uruzgan helemaal niets te zoeken en we hebben ook helemaal geen zin om overhoop geknald te worden of op een bermbom te trappen terwijl we met onze maten tevergeefs op een lift staan te wachten. Zo. Nu weet u het.

18-08-2009 18.19 | Door: Cpt. Iglo | Categorie: Afghanistan, Bezopen, Reclame, Toerisme

Er heeft iemand gereageerd op “Liften in een vies uniform: kom bij de Koninklijke Landmacht”

  1. Maarten says:

    Toch een beetje jammer.. Al deze onwetendheid!


Opinieleiders.nl © 1999 - 2021 Alle rechten voorbehouden
Contact   Valid XHTML 1.0 TransitionalValid CSS!KuijkStrip over de zinloosheid van webloggen, onder andere
WordPress 4.7.21 RSS-feed/RSS-feed reacties